Molen Kortgene

Molen de Korenbloem – Een speciale molen in Zeeland

Welkom op de website van de Stichting Molen de Korenbloem. Via deze site informeren wij u over onze molen en de heerlijke streekproducten die wij er maken en verkopen. Via de nieuws pagina kunt u op de hoogte blijven van alles wat in en om de molen gebeurt. De molen en de molenwinkel zijn normaliter elke zaterdag geopend en zijn vrij toegankelijk.  De molenaars zijn op zaterdag aanwezig en op andere dagen kunt u de molen zien draaien of malen om onze heerlijke producten te maken.

Locatie

De molen staat bij de entree van het prachtige Zeeuwse dorp Kortgene op Noord-Beveland, tussen de Oosterschelde en het Veersemeer, 10 kilometer vanaf de Zeelandbrug.
Het adres van de molen is Molendijk 1, 4484 CK Kortgene. 

 

Een korte rondleiding

Buiten

Molen de Korenbloem is een stenenronde stellingmolen. De stelling is het grote ronde “balkon”rond de molen. De stelling is het grote ronde “balkon”rond de molen. Onder het wiekenkruis op de kap ziet u een groen bord met een witte rand met daarop de naam en het bouwjaar van de molen – Korenbloem 1873 – dit bord wordt de baard van de molen genoemd.

De molen heeft 4 wieken aan twee stalen roeden. De roeden wegen ongeveer 750 kg. per stuk en zijn 22 meter lang. Een wiekenkruis bestaat uit 4 wieken met aan de ene kant een hekwerk van latten, de heklatten en aan de andere kant een windbord (groene planken). Bij harde wind kunnen de windborden eraf genomen worden waardoor de draaisnelheid afneemt. Bij weinig wind wordt zeildoek op de heklatten van de wieken aangebracht. Wij gebruiken hiervoor donkerbruine zeilen.

Begane grond

Op de begane grond is onze winkel, waar u rustig even kunt gaan zitten en waar onze streekproducten en eigengemaakte cadeaus verkocht worden. Met een selectie van onze producten kunt u zelf een prachtige geschenkverpakking samenstellen. Hier kunt u ook iets te eten of te drinken kopen en er hangt ook een beeldscherm waarop live beelden van de molen te zien zijn. Klik hier voor meer informatie over onze winkel.

Builzolder (1e zolder)

Voor het maken witbrood, pannenkoekenmeel of cakemeel moet de zemel ( het vliesje van de tarwekorrel) en de gries (niet volledig uitgemolen tarwe) uit het meel worden gehaald zodat de bloem overblijft.  Dit wordt gedaan in de buil. In de buil draait een grote zeeftrommel die wordt aangedreven door de molen. De bloem en later de gries valt door het gaas van de zeef en de zemelen worden helemaal voorop de buil opgevangen in een zak. Op deze zolder staat ook de mengketel waarin allerlei producten worden gemengd. Op deze zolder staan ook diverse oude voorwerpen uit de molen zoals een oude molensteen met steenkraan en ook het molenaarsverblijf.

Meelzolder (2e zolder)

Op de meelzolder zijn twee deuren die tegenover elkaar staan. Dit komt omdat de wind iedere dag uit een andere richting kan waaien en de wieken staan steeds anders ten opzichte van de deuren gepositioneerd. Draaien de wieken bijvoorbeeld voor de oostelijke deur, dan blijft die dus dicht en wordt de westelijke deur gebruikt. Zou de molenaar de verkeerde deur nemen, dan kan hij “een klap van de molen” krijgen! Door de deuren komt u buiten op de stelling die 6,30 meter hoog is. De molenaar rolt hier de zeilen uit op de wieken. Ook hier ziet u het kruirad, een groot wiel dat aan de staart zit. Met het kruirad zet de molenaar de kap met wieken op de wind. Dit wordt kruien genoemd. Doordat de wind nooit met de zelfde kracht waait draaien de molenstenen op het ene moment sneller dan de andere. Dit heeft invloed op de fijnheid van het meel. De “regulateur” vangt deze windschommelingen op waardoor het meel gelijke fijnheid krijgt. Naast de oostelijke deur op deze zolder staat een taps houten vat. Dit is de trechter (tremel) waarin de molenaar het product stort dat een zolder lager gezeefd wordt. De molenaar spreekt niet van “zeven” maar van “builen”.

Steenzolder (3e zolder)

Op deze zolder zijn twee houten kuipen in elk waarvan zich twee molenstenen bevinden. De bovenste steen noemt men “loper” en de onderste de “ligger”. Deze samen noemt men een “steenkoppel”. De graankorrels worden tussen deze stenen fijngemalen en onder in de kuip afgevoerd naar de meelzolder.

Luizolder (4e verdieping)

Op dit kleine zoldertje vindt u het luiwerk. Hiermee kan worden gehesen, tarwe naar de steenzolder en gemalen producten naar de begane grond. U ziet het hijstouw dat tot onder in de molen loopt met het stuurtouw. De molenaar kan hiermee alles binnen de molen verplaatsen.

 

De kap of smeerzolder (5e verdieping)

Hier bevindt zich het groot bovenwiel dat op de gietijzeren bovenas gemonteerd is. Buiten zijn de wieken in de askop gemonteerd. Het bovenwiel is het grootste rad van de molen. Doordat andere raderen in de molen kleine zijn vindt hier de versnelling plaats. In onze molen is één omwenteling van de wieken gelijk aan 6 rondjes van het steenkoppel. De naam smeerzolder zegt het al. Het lager waarop het uiteinde van de gietijzeren askop ligt moet gesmeerd worden. Dit is belangrijk en wordt elke draaidag gedaan. Het lager wordt met reuzel gesmeerd. De as wordt door twee lagers gedragen. De grootste is de halsteen en de kleine de pensteen en ze zijn beiden van Belgisch hardsteen gemaakt.

Korte indruk van de molen